Van dienstplicht tot rijksmonument

Het is het jaar 1938 en de spanningen tussen Nederland en Hitler-Duitsland nemen toe. De Nederlandse overheid besluit om haar defensiebegroting te verdriedubbelen en de Dienstplichtwet aan te passen. Zo kunnen er meer dienstplichtigen worden opgeroepen. Om deze manschappen onder te brengen worden extra kazernes gebouwd, de zogenaamde Boostkazernes van architect A.G. Boost. Ede krijgt ook een Boostkazerne, de Elias Beeckmankazerne.

Ede is geen onlogische vestigingsplaats. Het dorp op de Veluwe heeft zich in 1938 al ruim 30 jaar als uitstekende standplaats bewezen. Er staan twee infanteriekazernes, de Jan Willem Friso en de Maurits uit 1906, en twee artilleriekazernes, de Van Essen- en de Arthur Koolkazerne uit 1908. Deze kazernes stammen uit een tijd waarin soldaten in heel het land in opstand komen voor betere leefomstandigheden.

Het begin

In 1904 is het voor het toemalige Ministerie van Oorlog duidelijk: Ede is een perfecte vestigingsplaats. De woeste grond blijkt een uitstekend militair oefenterrein en er is genoeg ruimte om te bouwen. Bovendien ligt het gebied centraal in Nederland en is het goed bereikbaar met de trein.

Zo verrijzen hier in 1906 de Jan Willem Friso- en de Mauritskazerne. Beiden ontworpen door Kapitein Eerstaanwezend-ingenieur Van Holk en nog van het ouderwetse lineaire type dat vooral zo veel mogelijk manschappen moet onderbrengen. Twee jaar later ontwerpt dezelfde kapitein ook twee artilleriekazernes. Deze weerspiegelen al veel meer de nieuwe ideeën over doelmatigheid en hygiëne. Er wordt ingespeeld op de verschillende functies en de gebouwen van de manschappen hebben bovendien een aangenamer binnenklimaat door de H-vormige opzet.

Stilte voor de storm

Na deze bouwhausse verslapt de aandacht voor het leger. Bovendien blijft Nederland neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tot in de tweede helfst van de jaren ’30 de ontwikkelingen in Duitsland daar verandering in brengen.

Eerst wordt in 1936 de Bergansiuskazerne gebouwd voor de scholing van officieren. Daarna volgen de Elias Beeckmankazerne voor de infanterie en de Simon Stevinkazerne voor de motorartillerie. Deze kazernes zijn volgens het paviljoensysteem gebouwd. Verschillende functies, zoals instructie, slapen en koken, krijgen aparte gebouwen. Dit komt zowel het werk als de leefomstandigheid ten goede. De nieuwe kazernecomplexen krijgen een zakelijke uitstraling en zijn toch aantrekkelijk voor het oog door mooie ingangspartijen en stalen roedenvensters.

Dan breekt in 1940 de oorlog uit. Na de capitulatie vestigt de Waffen SS en de Ortskommandantur zich op de kazernes in Ede. Zij bouwen de Simon Stevinkazerne af. Wanneer de bezetting is beeindigd, neemt het Nederlandse leger de kazernes weer in gebruik. De dreiging in de Koude Oorlog zorgt even voor nieuwe bouwplannen, maar als die dreiging afneemt wordt de dienstplicht afgeschaft en sluiten veel kazernes de poort. Zo ook in Ede.

Leven na de dienstplicht

Vanwege de bijzondere architectuur worden veel panden in 2006 aangewezen als rijksmonument. De gemeente Ede wordt de nieuwe eigenaar en sinds 2011 bouwt zij aan een nieuwe fase voor het gebied. De beschermde gebouwen vormden daarbij een aantrekkelijk startpunt.