Groen op de kazerneterreinen

Veel groen, brede lanen met grote bomen en hoogteverschillen: dit zijn de belangrijkste kenmerken van de kazerneterreinen in Ede. Hoe het precies zit met het groen op de kazerneterreinen, leest u in dit artikel.

De hoofdgroenstructuur zorgt voor een eenduidige uitstraling op alle kazerneterreinen. Inheemse en streekeigen beplanting (grassen, kruiden, heesters en bomen) zorgen voor een toekomstbestendige samenstelling en een bosrijke uitstraling. Streekeigen beplanting is duurzaam en een gemengde beplanting (het combineren van verschillende soorten) zorgt voor een veerkrachtige groenstructuur die bestand is tegen veranderingen op de lange termijn zoals klimaatveranderingen en ziektes en plagen. Het groen groeit en het beeld zal ook veranderen door de tijd heen. Sommige bomen kennen een langere levensduur dan andere bomen. De ‘toekomstbomen’ bepalen op de lange termijn het beeld, doordat andere bomen kunnen wegvallen. Een beuk en een linde bijvoorbeeld, hebben vaak een langere levensverwachting dan een berk of een den.  

Herplant
Om ruimte te maken voor nieuwe ontwikkelingen op de kazerneterreinen zijn waardevolle bomen en ecologische waarden verdwenen. Daarvoor geldt een herplantplicht. In de nieuwe groenstructuren worden de ecologische waarden en waardevolle bomen gecompenseerd en gecombineerd met ruimte voor sport, spel en recreatie. Gestreefd wordt naar een “Veluwebeleving vanuit iedere straat”. 

Bomen
Er worden bomen geplant die voorkomen in zowel het aangrenzende bosgebied van de kazerneterreinen als ook op het heidegebied (Veluwse karakter). Om bovengenoemde beeld tot stand te brengen is er gebruik gemaakt van een zo groot mogelijke variëteit in soorten. Hierbij is rekening gehouden met de 10-20-30 regel. Dit betekent dat niet meer dan 10% van dezelfde soort bomen voorkomt, niet meer dan 20% uit hetzelfde geslacht en niet meer dan 30% uit dezelfde familie komt. Dit zorgt voor biodiversiteit, het verminderen van boomziektes en verminderd de kans op overlast van plagen.

Heesters en kruiden
Bij het opstellen van het beplantingsplan is als uitgangspunt genomen om een natuurlijke vegetatie opbouw te creëren. Dit houdt in dat er een kruidenlaag, een heester laag en een bomenlaag aanwezig is. Ook hier is gekeken naar soorten en mengsels die aansluiten op de vegetatie van de directe omgeving, de grondslag en de waterhuishouding. Deze opbouw vergroot de biodiversiteit en verminderd de kans op plagen door het aantrekken van natuurlijke vijanden.

Vaste planten
In de wat meer stedelijke omgeving, zoals op het middenterrein van de Prins Maurits Kazerne is gekozen  voor meer sierbeplanting. Hier is gekeken naar soorten die het hele jaar kleur geven en soorten die insecten aantrekken.

Hoe zit het met de eikenboom?
Diversiteit in soorten is het uitgangspunt. Daardoor is een groenstructuur beter bestand tegen ziektes en plagen, zoals de eikenprocessierups. Helemaal geen eiken aanplanten is geen optie, de eik is ecologisch gezien een zeer waardevolle boom. We gaan wel terughoudend om met het aanplanten van eiken en andere soorten die gevoelig zijn voor ziektes en plagen. Door middel van de eerder genoemde rekenregel wordt doorgerekend hoeveel diversiteit aan soorten voldoende is. Daarnaast zijn natuurlijke vijanden van groot belang voor het beheersbaar houden van ziektes en plagen zoals de eikenprocessierups. Op de kazerneterreinen is hier aandacht voor door het toepassen van bloemrijke- en kruidenrijke bermen in plaats van strak gemaaide gazons en bermen.

Naar overzicht