Antwoorden op vragen: bewonersavond Elias Beeckman kazerne

Op 29 juni gaven wij een live ‘webcast’ (een online presentatie) over de ontwikkelingen van woningbouw op de voormalige atletiekbaan, ook wel EBK1 of Sintelse Baan genoemd. Tijdens de presenatie gaven we toelichting op het proces, de proefverkaveling, toelichting op het ontwerp bestemmingsplan en de procedure. Via deze link kunt u de live uitzending terugkijken. Tijdens de webcast kregen we vragen binnen. Deze beantwoorden we in dit artikel. U kunt uw vragen blijven stellen via .

Vraag 1: Wanneer krijgen we de nieuwe proefverkaveling?
We zijn momenteel nog in gesprek met de werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de diverse bewonersgroepen. Zodra dit gesprek tot een uitkomst heeft geleid, wordt de proefverkaveling daarop aangepast. De aangepaste proefverkaveling wordt verstrekt aan de werkgroep. Daarnaast wordt de aangepaste proefverkaveling ook opgenomen in de toelichting bij het (vast te stellen) bestemmingsplan, zodat deze voor iedereen in te zien is.

Vraag 2: Wat is er gedaan met de nieuwe wet van de E U ." De omgeving van het monument"
We zullen eerst wat meer achtergrondinformatie geven over deze nieuwe wet voordat we de vraag inhoudelijk beantwoorden: de nieuwe wet van de EU betreft een uitwerking van het internationale Verdrag van Granada, dat architectonisch erfgoed beschermt. Nieuw is dat gemeenten nu ook de aantasting van de omgeving van monumenten moeten voorkomen, “voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten.” Dat geldt voor alle monumenten, rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Ambtelijk beter bekend als ‘de monumentenbiotoop’.

De achtergrond en aanleiding hiertoe is dat het vanuit de monumentenregelgeving onvoldoende lukt om te sturen op de directe omgeving, tenzij de omliggende grond óók bescherming als monument geniet. In zo’n geval bestaat er naast objectbescherming ook gebiedsbegrenzing, maar dat is bij de woontorens op de Elias Beeckman kazerne niet het geval. Gemeenten krijgen deze verplichting bij het ingaan van de Omgevingswet (zoals vastgesteld in de bijbehorende AMvB Besluit Kwaliteit Leefomgeving, art. 5.72, lid 4), maar hebben tot de vaststelling van het Omgevingsplan de tijd om dit nader uit te werken. Op dit moment staat de omgevingswet gepland voor 2022, waardoor het geregeld moet zijn bij ingang van het Omgevingsplan (uiterlijk 2029). De voorbereidingen hiervoor worden momenteel gemeentebreed getroffen, maar wettelijk gezien is de gestelde vraag nog niet aan de orde.

Daarmee komen we bij de beantwoording van bovenstaande vraag: bij de woontorens EBK1 is de nieuwe wet van de EU “de omgeving van het monument” nog niet aan de orde.

Vraag 3: Er wordt gesproken over een ‘stedelijk landmark’ in het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan, waarom denkt de gemeente Ede dat dit passend is in een gebied dat vooral natuurlijk gelegen is en er voornamelijk historische en vrije kavels staan?
Langs de Parklaan en Spoorlijn komen in totaal drie 'stedelijke landmarks'. Zie hiervoor pagina 11 en 18 uit het Beeldkwaliteitsplan (32.5 MB), waar wordt gesproken over hoogteaccenten of bebouwingsaccenten. Deze bebouwing draagt bij aan de oriëntatie in het gebied. De woontorens op EBK1 markeren de ingang van Elias Beeckman vanaf de Parklaan.

De bouwvelden aan weerszijden van het Monumentaal Cluster op Elias Beeckman hebben ieder een eigen karakter. Het deelgebied EBK1 is lager gelegen en heeft daardoor een enigszins geïsoleerde ligging t.o.v. het Monumentaal Cluster en de zone met vrije kavels die grenzen aan het Sysseltse bos ten zuiden van de Brigadelaan. Om die reden is hier gekozen voor een deelgebied met een eigen karakter.

De belangrijkste kenmerken van dit gebied zijn de ligging tussen het Monumentaal Cluster en de dichte boomgordel in de zuid-, west- en noordrand die de Parklaan en de aansluiting van de Brigadelaan op de Parklaan aan het oog onttrekken. Het gebied heeft daardoor vooral een groen en bosrijk karakter, wat de kwaliteit van dit woongebied bepaalt. Relaties en uitwisseling met de omgeving liggen vooral aan de oostzijde, richting het hoger gelegen Monumentaal Cluster. Ook hier worden de gebieden van elkaar gescheiden door een groenzone met een 3m hoge steilrand. Alleen heeft het groen hier een veel opener karakter en zorgen heldere zichtlijnen ook voor een ruimtelijke relatie met het Monumentaal Cluster. De looplijnen liggen veelal in het verlengde van de zichtlijnen en maken ook een directe uitwisseling tussen beide gebieden voor voetgangers mogelijk.

Naar overzicht